Wessel te Gussinklo – Op weg naar de Hartz.
In dit vierde deel van de Ewout Meyster-cyclus bevindt de drieëntwintigjarige Ewout zich op het landgoed De Hartz. Daar, in het landhuis van de Grote Man, volgt hij colleges en lezingen, gegeven door een internationaal gezelschap van hoogleraren en wetenschappers. Maar vooral is dit deel een terugblik op de periode dat hij als achttien-, negentienjarige bij de door hem hooglijk bewonderde Somsen in de leer was. Ewout volgt een privéopleiding bij hem – zijn kennismaking met filosofie en psychologie. In die tijd leert hij ook Sylvia kennen, de eerste grote liefde in zijn leven. Van de branie en bluf uit De hoogstapelaar is niets meer terug te vinden. Nee, Ewout oefent zich in discipline, opoffering en totale toewijding aan zowel zijn grote liefde Sylvia als aan zijn leermeester Somsen, die bij hem de vensters opent naar kennis, zelfkennis en geestelijke volwassenheid. Wetenschap en pseudowetenschap, maar ook ontluistering, verraad en bedrog spelen een grote rol in dit verhaal, met dramatische gevolgen. In dit vierde deel van de Ewout Meyster-cyclus bevindt de drieëntwintigjarige Ewout zich op het landgoed De Hartz. Daar, in het landhuis van de Grote Man, volgt hij colleges en lezingen, gegeven door een internationaal gezelschap van hoogleraren en wetenschappers. Maar vooral is dit deel een terugblik op de periode dat hij als achttien-, negentienjarige bij de door hem hooglijk bewonderde Somsen in de leer was. Ewout volgt een privéopleiding bij hem – zijn kennismaking met filosofie en psychologie. In die tijd leert hij ook Sylvia kennen, de eerste grote liefde in zijn leven. Van de branie en bluf uit De hoogstapelaar is niets meer terug te vinden. Nee, Ewout oefent zich in discipline, opoffering en totale toewijding aan zowel zijn grote liefde Sylvia als aan zijn leermeester Somsen, die bij hem de vensters opent naar kennis, zelfkennis en geestelijke volwassenheid. Wetenschap en pseudowetenschap, maar ook ontluistering, verraad en bedrog spelen een grote rol in dit verhaal, met dramatische gevolgen.
Wessel te Gussinklo (1941) studeerde psychologie en begon op zijn 20e met schrijven. Zijn eerste roman werd nooit in zijn geheel gepubliceerd en voor zijn tweede roman ‘De verboden tuin’ kon hij 10 jaar lang geen uitgever vinden. Toen dat tenslotte toch gelukt was kreeg hij onmiddellijk de 2-jaarlijkse Anton Wachterprijs én de debutantenbeurs van het Fonds voor de Letteren. Ongeveer 10 jaar later verscheen ‘De opdracht’ (222.857 woorden!). Deze roman wordt inmiddels gerekend tot de klassiekers in de naoorlogse Nederlandse literatuur. In ‘De hoogstapelaar’ zien we de terugkeer van Ewout Meyster, die we ook in bovengenoemde boeken aantreffen. In 2019 wint hij de Bookspot Literatuurprijs met zijn boek ‘De hoogstapelaar’.

Stefan Zweig – Fantastische nacht en andere verhalen. 
Frankenstein is een roman van de Engelse schrijfster Mary Shelley, met als ondertitel the Modern Prometheus. Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in 1818, maar in 1831 verscheen een herziene en verbeterde versie. Het werk kan gerekend worden tot de traditie van de gothic novel die populair was in de tweede helft van de 18e eeuw en de eerste helft van de 19e eeuw. Opvallende kenmerken van deze romans waren: geheimzinnigheid, verderf, verval, geesten, vampiers (Dracula), krankzinnigheid en dergelijke. Frankenstein van Shelley wordt ook wel gezien als het eerste voorbeeld van sciencefiction.
Op zoek naar de verloren tijd is een van de grootste triomfen van de wereldliteratuur. In deze romancyclus wordt de lezer door het zintuiglijke proza van Marcel Proust gevangen in een web van subtiliteiten, onvergetelijke personages, verfijnde ironie, glasheldere zinnen en messcherpe observaties.
Met zijn eerste roman, De golem, werd Gustav Meyrink in 1915 direct beroemd. Het boek is op drie niveaus te lezen: als esoterische, als psychologische en als misdaadroman. Het speelt in het getto van Praag met kabbala en tarot als bronnen. De hoofdpersoon ondergaat een proces van inwijding die tot verlichting voert. Gustav Meyrinks eersteling, een vermenging van fantasie en realisme. De elementen van tarot en kabbala die de auteur erin verwerkt, weerspiegelen de fascinatie an de vroeg twintigste-eeuwse elite met het occulte.
Heinrich Böll – Biljarten om half tien is een meesterlijke en overrompelende roman waarin de geschiedenis wordt verteld van drie opeenvolgende generaties uit een geslacht van architecten. De grootvader ontwierp nog voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog de Sint-Antonius-abdij. Zijn zoon, in de Tweede Wereldoorlog officier, laat aan het einde van de oorlog de abdij opblazen. De kleinzoon, evenals zijn vader en grootvader architect, neemt na de oorlog de taak op zich het gebouw te restaureren.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.